stijlen

Wij worden geïnspireerd door de Aikikai-stijl, voornamelijk door Sugano en zijn leerling Louis van Thiegem, door Tendoryu-aikido van Shimizu en zijn leerling Jos Van Roy en voor de onderliggende principes van aikido door Miles Kessler en Patrick Cassidy.

Aikido Club Aarschot is lid van de Vlaamse Aikido Vereniging (VAV), erkend door Bloso en door de Aikikai So Hombu.

Aikikai (Sugano)

De Aikikai Hombu Dojo is de grootste en bekendste organisatie. Wereldwijd zijn er duizenden scholen bij aangesloten. De Hombu Dojo is de directe voortzetting van de vooroorlogse school van Ueshiba. Momenteel wordt de organisatie geleid door Moriteru Ueshiba, de kleinzoon van de grondlegger.

In de Aikikai staat de martiale kant van de aikido-technieken op de achtergrond, terwijl zelfverwerkelijking en ‘schaven’ aan de eigen persoon veel belangrijker zijn.

Technisch gezien is de vloeiende, ronde benadering dominant in de Aikikai. Zij leggen weinig nadruk op de wapentechnieken.

De Aikikai heeft een aantal belangrijke meesters voortgebracht, waaronder Tamura, Yamada, Sugano en Tissier.

Voor onze club was Sugano (1939 – 2010) hiervan de belangrijkste. Louis van Thieghem, een toegewijd leerling van Sugano en leraar van de Koshi dojo in Jette, is nauw verbonden met het ontstaan van onze club en geeft nog maandelijks een gastles.

Tendoryu (Shimizu)

Shimizu is één van de laatste leerlingen van Morihei Ueshiba, de grondlegger.

Na diens dood startte Shimizu zijn eigen dojo. In 1975 scheidde hij zich af van de Aikikai. Sindsdien leidt hij de tendokan aikido school in Tokyo en bezoekt hij jaarlijks Europa, voornamelijk Duitsland en België, om er stages te geven.

Jos Van Roy, de vertegenwoordiger van de Tendoryu in België, tracht ons te introduceren in de principes van samenvloeiing en harmonie, en in de grote, ronde bewegingen van Shimizu. Hij geeft één of twee gastlessen per maand.

Miles Kessler en Patrick Cassidy

In Aikido wordt er veel aandacht besteed aan de uiterlijke vorm van technieken en bewegingen. Dat is wat je ziet en wat je relatief gemakkelijk kan leren en kopiëren. Morihei Ueshiba ging met zijn aikido echter veel verder. Miles Kessler en Patrick Cassidy inspireren ons vanwege hun zoektocht naar wat de uiterlijke vorm te boven gaat: de onderliggende principes van Aikido.

Beide trainden gedurende een achttal jaren in Iwama, bij Saito. Zij hebben dus een heel degelijke technische basis, ook in wapentechnieken. Zij hebben respectievelijk een dojo in Tel Aviv en Montreux, en geven stages in heel Europa.

Naast stages in Takemusu-aikido met de nadruk op techniek en vorm, hebben zij ook een didactiek ontwikkeld die  toelaat de onderliggende principes te oefenen. Alhoewel vele Japanners ons deze principes ook willen overbrengen, slagen zij daar dikwijls minder in omwille van een andere culturele opvatting over didactiek: ‘innerlijk aikido’ is moeilijk te leren door de leraar te kopiëren. Veel oefenen van de technieken garandeert ook nog niet dat je met deze principes bezig bent.

Meditatie, theorie, aardings- en samenvloeiingsoefeningen leiden naar jiu waza (vrij bewegen), waarbij een ontspannen houding, spontane reacties en gevoel voor de energie van de ander belangrijker zijn dan een effectieve techniek.

Cassidy schrijft over aikido: ‘In de traditionele aikidobeoefening zit een dilemma. Ik zie Aikido als een studie om conflicten op te lossen, op een manier die in harmonie is met de ander en met het totale Leven. Het leven en de objecten daarbinnen zijn van nature onvoorspelbaar. Er zijn patronen en ritmes, maar fundamenteel is elk moment en elk element in dat moment nieuw. In Aikido leren we hoe we in harmonie moeten komen met het onvoorspelbare door formules, technieken en patronen te leren. Het leren van technieken kan op persoonlijk vlak bevredigend zijn, maar het helpt ons niet bij het reageren op het onvoorspelbare. We kunnen pas reageren op het onvoorspelbare als we spontaan worden. We moeten daar zijn waar het moment gecreëerd wordt. Pas dan zijn we in harmonie, pas dan vertegenwoordigen we die harmonie.’